
Amsterdam UMC verwijst sinds november 2025 een deel van zijn genderoperaties door naar de Gender Clinic, een zelfstandige chirurgische kliniek in Bosch en Duin. Het gaat vooralsnog om twee ingrepen: phalloplastieken zonder plasbuis — het opbouwen van een penis uit lichaamseigen weefsel, zonder de functie om staand te kunnen plassen — en vaginaplastieken, het creëren van een vagina uit eigen genitaal weefsel. Dat blijkt uit onderzoek van journalist Sija van den Beukel voor studentenmedium Folia, die de gang van zaken navroeg bij de persvoorlichter van het ziekenhuis.
Een grotere wachtlijst dan het ziekenhuis aankan
De achtergrond is bekend terrein voor wie de Nederlandse genderzorg volgt: een wachtlijst die het aanbod ruim overstijgt. Op de genderpoli van Amsterdam UMC staan momenteel zo'n 4.500 volwassenen en 1.000 kinderen geregistreerd. Voor volwassenen loopt de wachttijd tot de eerste afspraak op tot ruim vijf jaar, voor kinderen tot drie jaar. Door de laagcomplexe operaties bij een andere kliniek onder te brengen, hoopt Amsterdam UMC zelf meer capaciteit over te houden voor de hoogcomplexe chirurgie die alleen het ziekenhuis zelf kan uitvoeren. Een woordvoerder van het ziekenhuis erkent tegenover Folia dat het aanmeldingsaantal onverminderd hoog blijft: "Er zijn nog altijd zeer veel personen die zich aanmelden voor transgenderzorg, terwijl er landelijk te weinig capaciteit is." Als een van de onderliggende oorzaken noemt het ziekenhuis een landelijk tekort aan psychologen — een schakel die in het hele traject, van diagnose tot nazorg, nauwelijks te vervangen is.
Een private speler in een publiek zorgtraject
Over de Gender Clinic zelf is publiek weinig bekend: het is een zelfstandige, particuliere chirurgische kliniek gespecialiseerd in transgenderzorg, gevestigd in Bosch en Duin. Over eigenaarschap, bestuur of financieringsstructuur maakt Amsterdam UMC in het artikel geen mededelingen. Daarmee voegt de kliniek zich bij een reeks private aanbieders — zoals Cedion en Stepwork, die al langer een deel van de Nederlandse genderzorg voor hun rekening nemen omdat de academische centra de vraag niet aankunnen. Het verschil is dat het hier niet om intakegesprekken of hormoonbehandeling gaat, maar om onomkeerbare chirurgische ingrepen die worden losgeknipt van het multidisciplinaire team dat de diagnose stelde en de indicatie voor operatie afgaf.
Lost dit iets op, of verschuift het alleen het probleem?
Amsterdam UMC is zelf terughoudend over het effect van de samenwerking: die zal, in de eigen woorden van het ziekenhuis, onvoldoende zijn om de druk op de wachtlijst structureel te verlichten. Het aantal aanmeldingen blijft de beschikbare capaciteit ruimschoots overtreffen, en het achterliggende tekort aan psychologen wordt door uitbesteding van chirurgie niet opgelost — dat knelpunt zit immers aan de voorkant van het traject, bij diagnostiek en begeleiding, niet bij de operatiekamer. Voor patiënten betekent het bovendien dat de operatie plaatsvindt bij een instelling die niet betrokken was bij de jarenlange diagnostische en psychologische begeleiding die daaraan voorafging, terwijl juist die continuïteit van zorg al langer een terugkerend punt van kritiek is op de Nederlandse genderzorg.
