ON! moet weg omdat het over transgenderonderwijs praat?

In het AD-artikel over het mogelijke vertrek van Ongehoord Nederland uit het publieke bestel wordt een opmerkelijk voorbeeld aangehaald. Presentatrice Raisa Blommestijn sprak in een uitzending over „transgenderpropaganda” op scholen. De commissie oordeelde dat deze uitspraak „onvoldoende onderbouwd” was en noemde dat „ernstig”.

Maar juist dit voorbeeld laat zien waarom ON! een plek in het bestel verdient.

Het onderwijs over gender bestaat — dat is geen complot

Niemand kan serieus ontkennen dat Nederlandse scholen steeds vaker lesmateriaal gebruiken over genderidentiteit, non-binariteit en transgender personen. Organisaties als Rutgers, het COC en andere onderwijsaanbieders ontwikkelen actief materiaal voor het onderwijs. De discussie gaat dus niet over het bestaan van dit onderwijs, maar over de vraag hoe het wordt gepresenteerd en of er ruimte is voor kritiek.

Veel ouders ervaren dat die ruimte ontbreekt. Wie vraagtekens zet bij het idee dat genderidentiteit losstaat van biologisch geslacht, wordt al snel weggezet als „transfoob” of „anti-trans”. Dat is geen open debat, maar sociale disciplinering.

Nederland loopt achter op het internationale debat

Het wrange is dat juist op het moment dat landen als het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Finland en delen van de Verenigde Staten kritischer kijken naar de wetenschappelijke basis van medische genderzorg voor minderjarigen, Nederland zich steeds dieper lijkt in te graven in het oude affirmatiemodel. De internationale discussie is de afgelopen jaren sterk verschoven; Nederland doet vaak alsof die verschuiving niet bestaat.

Niet een feitelijke fout, maar een controversieel onderwerp

Daarom is het vreemd dat een omroep niet wordt bekritiseerd om een feitelijke fout, maar om het aankaarten van een maatschappelijk controversieel onderwerp. Een publieke omroep hoort niet alleen de consensus van Hilversum te herhalen. Juist afwijkende perspectieven moeten hoorbaar zijn, zeker wanneer het gaat over kinderen, onderwijs en medische trajecten met mogelijk onomkeerbare gevolgen.

Je hoeft de term „transgenderpropaganda” niet over te nemen om te erkennen dat er een legitiem debat bestaat over genderonderwijs op scholen. Dat debat wordt in veel traditionele media opvallend eenzijdig gevoerd. Kritische ouders, psychologen, wetenschappers en ervaringsdeskundigen krijgen vaak minder ruimte dan activistische organisaties.

Een publieke omroep die die blinde vlek zichtbaar maakt, vervult geen bedreiging voor de democratie, maar juist een democratische functie.

De echte vraag: hoe breed is ons publieke debat nog?

De vraag is dus niet alleen of ON! zich aan journalistieke regels houdt — dat moet voor elke omroep gelden. De belangrijkere vraag is: willen we een publieke omroep waarin ook onwelgevallige opvattingen over gender, onderwijs en identiteit nog mogen worden uitgesproken?

Als het antwoord daarop nee wordt, dan is niet ON! het grootste probleem, maar de steeds smaller wordende bandbreedte van het Nederlandse publieke debat.