
Trouw publiceert weer een stuk over Tammie Schoots, de 31-jarige transvrouw die een documentaire maakte over haar zoektocht naar een vriend. Het verhaal is bekend: discriminatie, uitsluiting, fetisjering, en de klaagzang dat de samenleving niet „inclusief” genoeg is. 54 procent van de Nederlanders wil geen relatie met een transgender persoon, 71 procent denkt „positief” over transmensen. Trouw en Schoots presenteren dit als bewijs van achterlijkheid. Het is precies andersom.
Biologie is geen mening
Een man die zich vrouw noemt, is geen vrouw. Dat is geen mening, geen „hate speech”, geen radicaal-rechts dogma. Het is biologie. Geslacht is chromosomaal, gameten-bepaald, en in de overgrote meerderheid van de gevallen onveranderlijk. Hormonen en operaties creëren een cosmetische illusie, geen tweede set eierstokken, geen baarmoeder, geen vrouwelijke skeletstructuur of voortplantingsbiologie. Een heteroseksuele man zoekt een vrouw. Een homoseksuele man zoekt een man. Wie beide categorieën misloopt omdat hij zich in de tegenovergestelde presentatie heeft geplaatst, mag niet verbaasd zijn dat de datingmarkt hard is. Dat is geen „transfobie”. Dat is seksuele oriëntatie.
Identiteit overschrijft de realiteit niet
Schoots wil de „Jack & Jones-regioman”: simpel, rustig, niet te knap, niet rijk. Prima. Maar die man wil doorgaans een vrouw met wie hij kinderen kan krijgen, of in ieder geval een partner die biologisch tot het andere geslacht behoort. De documentaire en de Trouw-berichtgeving doen alsof dit een moreel falen is van de samenleving. Het is een consequentie van een ideologie die beweert dat identiteit de realiteit overschrijft. Als je dat geloof predikt, en vervolgens ontdekt dat de meeste mensen het niet delen in hun meest intieme keuzes, is de logische conclusie niet „meer educatie”. De logische conclusie is dat de prediking de plank misslaat.
De schade die systematisch wordt onderbelicht
De schade die transitie veroorzaakt, wordt systematisch onderbelicht. Onvruchtbaarheid, levenslange medische afhankelijkheid, botdichtheidsproblemen, cardiovasculaire risico’s, en in veel gevallen aanhoudende psychische klachten. Onderzoeken — de Cass Review in het VK, Zweedse en Finse herzieningen, de groeiende hoeveelheid desistance-data — laten zien dat genderdysforie bij jongeren vaak samengaat met autismespectrum, trauma, homoseksualiteit of andere comorbiditeiten. Sociale transitie, puberteitsblokkers en cross-sex hormonen zijn geen neutrale „zorg”. Ze zijn interventies met onomkeerbare gevolgen. De klinieken die dit op grote schaal aanbieden, en de media die het als emancipatie verkopen, dragen verantwoordelijkheid voor de mensen die later spijt hebben of ontdekken dat hun onderliggende problemen niet verdwenen zijn.
Ideologische poortwachterij in plaats van journalistiek
Trouw kiest steevast de lijn van het activisme. Kritische stemmen worden weggezet als extremistisch. Eerdere opinies die biologische realiteit of vrouwenrechten verdedigden, worden herinnerd als „gevaarlijke” publicaties. Dat is geen journalistiek. Dat is ideologische poortwachterij. Een krant die claimt te verdiepen, maar systematisch weigert te vragen of de transitie zelf de bron van blijvende onvrede kan zijn, faalt in haar taak. Ze versterkt het narratief dat de enige oplossing meer acceptatie is, terwijl de data over partnerkeuze, desistance en detransitie het tegendeel suggereren.
Liefde is geen politiek project
Liefde en seksuele aantrekking zijn geen politieke projecten. Ze zijn diepgeworteld in biologie, geur, stem, lichaamsbouw en voortplantingslogica. Wie dat ontkent, en vervolgens klaagt dat hij geen partner vindt, projecteert zijn teleurstelling op de samenleving. De echte treurigheid zit niet in de cijfers van Movisie. Die zit in een cultuur die jonge mensen – vaak al kwetsbaar – de illusie verkoopt dat een operatie en hormonen hen tot het andere geslacht maken, en dat de wereld daarna vanzelf meebuigt. Dat doet hij niet. En Trouw die dit verhaal blijft ophemelen zonder de harde vragen te stellen, is onderdeel van het probleem, niet van de oplossing.
