Home › Klachten › Cijfers en trends
Cijfers en trends in klachten over genderzorg
Een geïntegreerd cijferbeeld over klachten in de Nederlandse transgenderzorg ontbreekt. Wat er wel is, ligt verspreid over IGJ-jaarrapportages, jaarverslagen van klachtenfunctionarissen, gepubliceerde tuchtuitspraken en private dataverzamelingen. Toch tekent een patroon zich af.
Wat de IGJ rapporteert
De IGJ rapporteert sinds 2021 jaarlijks over transgenderzorg. De aantallen meldingen schommelen, maar het aandeel dat raakt aan indicatiestelling en informed consent neemt toe. In 2024 ging zeker een derde van de transgenderzorg-meldingen over de wijze waarop de diagnose wordt gesteld — anders dan in 2018-2020, toen meldingen vooral over wachttijden gingen.
Klachtenfunctionarissen bij klinieken
Onder de Wkkgz heeft elke zorginstelling een klachtenfunctionaris. De aantallen klachten bij genderpoli's worden in jaarverslagen vermeld, maar lang niet altijd uitgesplitst naar inhoud. Amsterdam UMC en Radboud rapporteren samen jaarlijks meerdere tientallen klachten over hun gendertraject — concrete jaarcijfers staan in hun publieke verslagen.
Tuchtuitspraken
Het aantal gepubliceerde tuchtuitspraken specifiek over transgenderzorg is op de vingers van één hand te tellen — voorjaar 2026 minder dan tien sinds 2018. De meeste komen niet inhoudelijk aan een oordeel toe wegens niet-ontvankelijkheid of doordat partijen schikken voor het tuchtcollege uitspraak doet. Een gepubliceerde uitspraak met inhoudelijke kritiek op een gendertraject ontbreekt.
Detrans-prevalentie
De vraag hoeveel patiënten detransitioneren of spijt hebben is in Nederland onbeantwoord. Buitenlandse studies (Littman 2021, Vandenbussche 2022, MacKinnon 2023) suggereren cijfers van 10 tot 30 procent, afhankelijk van definitie. In NL ontbreekt een follow-up registratie. De Nederlandse academische centra publiceren follow-up vooral via geselecteerde cohorten, niet via een totaalregistratie.
Gaten in de registratie
Vier blinde vlekken. Eén: detrans-cijfers worden niet bij de IGJ gemeld, want detransitie wordt zelden als calamiteit gezien. Twee: schade door particuliere klinieken belandt vaak bij de huisarts, niet bij de oorspronkelijke aanbieder. Drie: psychische schade na transitie wordt geboekt onder reguliere GGZ, zonder linkje naar de gendertransitie. Vier: signalen van familieleden tellen niet als formele klacht. Patroonherkenning lekt dus weg.
Wat verbetering vraagt
Een verplichte, anonieme registratie van uitkomsten — vergelijkbaar met de Nederlandse hartchirurgieregistratie — zou het zicht op de Nederlandse genderzorg radicaal verbeteren. Zonder zo'n registratie blijft de discussie tussen voor- en tegenstanders een schermutseling van anekdotes en cherry-picked cohorten.
Bronnen
- IGJ. Rapportages Transgenderzorg 2021-2024.
- Vandenbussche, E. (2022). Detransition-Related Needs and Support. doi.org
- Littman, L. (2021). Individuals Treated for Gender Dysphoria with Medical and/or Surgical Transition Who Subsequently Detransitioned.
- MacKinnon, K. e.a. (2023). Health Care Experiences of Patients Discontinuing or Reversing Prior Gender-Affirming Treatments. JAMA Network Open.