Home › Wachttijd › Jongeren

Wachttijd Genderzorg voor Jongeren

Adolescenten met genderdysforie wachten in Nederland twee jaar of langer op een intake bij Curium-LUMC of Amsterdam UMC. De groep groeit hard sinds 2014 — vooral meisjes vanaf twaalf jaar — en de capaciteit blijft achter.

Cijfers

Curium-LUMC en het KZcG van Amsterdam UMC publiceren wachttijden voor de eerste intake die regelmatig boven de twee jaar uitkomen. Voor het complete traject — intake, diagnostiek, eventuele puberteitsremming, hormonen en chirurgie op latere leeftijd — kan dit oplopen tot vele jaren. De totale doorlooptijd staat in scherp contrast met de affirmatieve route in sommige private settings.

Risico van wachten zonder begeleiding

Tijdens de wachttijd zijn jongeren grotendeels op zichzelf aangewezen. Veel van hen sluiten zich aan bij online affirmatieve gemeenschappen, krijgen sociale transitie op school, of gaan zelf testosteron of oestrogeen halen via internet of private artsen. Hierdoor wordt de uitkomst van een eventuele latere diagnose in feite voorgesorteerd: alles wijst richting bevestiging in plaats van zorgvuldig wegen.

Wat Cass adviseert

De Cass Review (2024) adviseert expliciet dat lange wachtlijsten geen reden mogen zijn om de poortwachtersfunctie af te schaffen of medische trajecten te versnellen. In plaats daarvan moet er ruime niet-medische ondersteuning komen tijdens het wachten, met aandacht voor mentale gezondheid, school, vriendschappen en gezin. Nederland heeft deze aanbeveling tot op heden niet structureel geïmplementeerd.

Comorbiditeit en wachttijd

De groep verwezen adolescenten heeft een hoge mate van comorbide aandoeningen: autisme, ADHD, eetstoornissen, angst, depressie, trauma. Wanneer wachttijd-zorg zich niet richt op deze comorbiditeit, gaat kostbare ontwikkelingstijd verloren. Onbehandelde psychiatrische klachten kunnen op latere leeftijd de hoofdoorzaak van het distress blijken — een patroon dat detransitioners frequent rapporteren.

Bronnen

  1. Cass, H. (2024). Final Report. cass.independent-review.uk
  2. Biggs, M. (2023). The Dutch Protocol.
  3. Kaltiala-Heino, R. (2015).
  4. Littman, L. (2018). PLOS ONE.

Zie ook