Home › Klachten en juridische zaken › Wet strafbaarstelling conversiehandelingen
Strafwet zonder zorgstandaard — wat de Eerste Kamer op 2 juni 2026 vastlegt
De Eerste Kamer stemt op 2 juni 2026 over de Wet strafbaarstelling conversiehandelingen. De wet maakt handelingen strafbaar die gericht zijn op het veranderen van seksuele gerichtheid of genderidentiteit. Voor zorgverleners geldt een uitzondering: zij blijven straffeloos zolang ze handelen volgens de "geldende zorgvuldigheidseisen". Het probleem zit in dat ene woord. Geldend.
Wat de wet doet, en wat ze openlaat
De strafbaarstelling zelf is omschreven: schade toebrengen door iemands gerichtheid of identiteit te willen veranderen. De uitzondering is open. Artsen, psychologen en andere zorgverleners vallen er buiten zolang hun handelen past binnen de erkende zorgstandaarden. Dat verschuift de hele juridische werking van de wet naar één vraag: wélke standaard? Wie die niet kan aanwijzen, kan ook niet aanwijzen wanneer een arts buiten de uitzondering valt.
De somatische standaard: deadline gepasseerd
De somatische Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg ligt sinds de herziening bij de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV). De NIV had tot 30 september 2025 om een herziene versie op te leveren. Die deadline is gepasseerd zonder publicatie. De vorige versie is negen jaar oud en sluit niet meer aan op de internationale stand van zaken — Engeland, Zweden, Finland en Noorwegen hebben sinds 2022 hun praktijk fundamenteel verlegd. Een arts die op 3 juni 2026 een puberteitsremmer voorschrijft, moet zich beroepen op een document waarvan iedereen, inclusief de beroepsvereniging, vindt dat het herzien moet worden.
De psychische standaard: einddatum onbekend
De Kwaliteitsstandaard Psychische Transgenderzorg is in 2024 overgenomen door Akwa GGZ. Een einddatum voor de herziening is niet gecommuniceerd. De oorspronkelijke versie is zeven jaar oud. Ook hier geldt: de uitzondering in de strafwet verwijst naar een norm die formeel nog geldig is, maar door het eigenaarsorgaan zelf als achterhaald is aangemerkt.
De Gezondheidsraad-commissie: wie beoordeelt wie
Het ministerie van VWS heeft de Gezondheidsraad gevraagd vier vragen te beantwoorden voordat de praktijk opnieuw kan worden vastgelegd: het gezondheidsrechtelijke kader, de langetermijneffecten van puberteitsremmers en hormonen, het beeld rond spijt na behandeling, en de vergelijking met Zweden, Finland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Het verzoek kwam via twee aangenomen moties in de Tweede Kamer.
VU-hoogleraar Smeehuijzen wijst in het Nederlands Juristenblad op de samenstelling: zes van de twaalf commissieleden zijn klinisch betrokken bij de praktijk die ze moeten beoordelen. Dat is precies het patroon — onderzoekers die hun eigen behandeling toetsen — dat hij eerder bij het Dutch Protocol heeft aangewezen als procedureel ontoereikend. Het advies is bovendien nog niet uit. De Eerste Kamer stemt vóór het advies binnenkomt.
Wat rechtsonzekerheid betekent voor de spreekkamer
Voor een arts is dit geen abstract bezwaar. Een internist die hormonen voorschrijft, een psycholoog die exploratief gesprek voert met een jongere die twijfelt, een huisarts die een verwijzing weigert — elk van hen krijgt een strafrechtelijke uitzondering met een leeg midden. Als de geldende standaard wordt herzien terwijl de wet al van kracht is, verandert de strafbaarheid mee met een document dat door een beroepsvereniging wordt geredigeerd. Het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel vraagt dat strafbaarstellingen helder, stabiel en kenbaar zijn. Een norm die wordt herschreven door clinici terwijl de wet er strafrechtelijke werking aan geeft, voldoet niet aan die eis.
Wat de auteur van het Substack-stuk vraagt
Uitstel van de stemming
Tot de twee zorgstandaarden zijn herzien en het Gezondheidsraad-advies binnen is.
Gender-onderdeel uitsluiten
De wet beperken tot seksuele gerichtheid; genderidentiteit pas regelen als de zorginhoudelijke basis er staat.
Raad van State opnieuw consulteren
Het advies dateert van vóór de herzieningstrajecten begonnen — de juridische situatie waarop het werd gegeven, bestaat niet meer.
Wat het buitenland intussen aan eigen praktijk veranderde
De vergelijkingsvraag aan de Gezondheidsraad is geen formaliteit. Het Verenigd Koninkrijk heeft via de Cass Review (2024) puberteitsremmers buiten studieverband stopgezet. Zweden en Finland hebben de leeftijdsgrens en de indicatiestelling verzwaard. De Finse studie Ruuska et al. (2026) laat zien dat de psychiatrische zorgbehoefte van jongeren na medische transitie niet afneemt maar toeneemt — het tegenovergestelde van wat het Dutch Protocol als doel formuleerde. Een Nederlandse strafwet die zorgverleners juridisch verankert in een nationaal protocol dat in vergelijkbare landen na herziening is verlaten, legt die divergentie vast in het Wetboek van Strafrecht.
De volgorde van de stappen klopt niet
Het kabinet en de Tweede Kamer hebben de Gezondheidsraad om advies gevraagd over precies de praktijk die deze wet strafrechtelijk normeert. De logische volgorde — eerst de norm, dan de straf — is omgedraaid. Op 2 juni 2026 stemt de Eerste Kamer over een uitzondering die naar een lege plek verwijst. Wat zorgverleners straks "volgens de regels" doen, kan over een jaar buiten de herziene regels vallen. Wat ze nu "buiten de regels" doen, kan over een jaar binnen die herziene regels passen. Strafrecht hoort op vaste grond te staan.