
À Campo (NTVG 2001): genderidentiteitsstoornissen als bijverschijnsel van psychose
De eerste klinische publicatie van Joost à Campo over genderdysforie. Een jongeman wordt door het Nederlandse genderteam beoordeeld, krijgt hormonen, decompenseert acuut psychotisch en blijkt schizofreen. Na neuroleptische behandeling verdwijnt zijn cross-gender identificatie. De auteurs concluderen: bij het stellen van een gender identity disorder moeten andere psychiatrische beelden eerst worden uitgesloten.
De casus
De patiënt werd jarenlang hormonaal behandeld voor transseksualiteit voordat een acute psychotische decompensatie optrad (bron). De diagnose: paranoïde schizofrenie. Na instelling op neuroleptische medicatie verdwenen de psychotische symptomen — en met de psychose verdwenen ook de gevoelens een vrouw in een mannenlichaam te zijn. Achteraf beschouwt de patiënt zijn transseksuele periode als een 'vergissing'.
De wetenschappelijke claim
Volgens de auteurs komen wanen over het eigen uiterlijk en de drang het uiterlijk drastisch te veranderen relatief vaak voor bij patiënten met schizofrenie. DSM-III sloot expliciet uit dat transseksualiteit kon worden vastgesteld als de symptomen toe te schrijven waren aan een andere stoornis zoals schizofrenie. Latere DSM-edities lieten dit uitsluitingscriterium vallen — waarmee het tegelijk mogelijk werd gender identity disorder en schizofrenie tegelijk te diagnosticeren.
Waarom dit voor het protocol uitmaakt
De Nederlandse genderzorg werkt sinds 2006 met het Dutch Protocol, waarin minderjarigen vanaf de puberteit puberteitsremmers kunnen krijgen en vanaf 16 jaar cross-sex hormonen. À Campo's casuïstiek illustreert het kernrisico: de meer florride symptomen van psychotische stoornissen ontstaan pas in de late adolescentie of vroege volwassenheid. Verwarring over identiteit, lichaamsbeeld-afwijkingen en de wens het uiterlijk drastisch te veranderen kunnen optreden vóór de psychotische doorbraak — precies in het venster waarin het Dutch Protocol al hormonaal ingrijpt.
Het vervolg
Op deze casuïstiek volgde een systematische enquête onder 382 Nederlandse psychiaters, gepubliceerd in American Journal of Psychiatry (2003). Daar bleek dat bij 61 procent van de 584 gerapporteerde patiënten met cross-gender identificatie ook andere psychiatrische stoornissen speelden, en dat de psychiaters bij driekwart van hen de cross-gender identificatie zagen als bijverschijnsel van vooral persoonlijkheids-, stemmings-, dissociatieve en psychotische stoornissen (bron). Zie Genderrisico.nl — à Campo enquête (AJP 2003, met PDF).
À Campo, J., Nijman, H., Merckelbach, H., Evers, C. (2003). Psychiatric Comorbidity of Gender Identity Disorders. Am J Psychiatry 160(7):1332-1336. DOI · PDF
Zie ook
Het medische dossier over puberteitsremmers — werking, risico's en de internationale heroverweging — staat op puberteitsremmers.nl.
