Onomkeerbare genitale chirurgie
Genitale chirurgie — vaginoplastiek bij mannen, phalloplastiek of metoidioplastiek bij vrouwen — is definitief. Functionele en anatomische structuren worden verwijderd of omgevormd, zenuwen doorgesneden, en wat overblijft vraagt in veel gevallen levenslang medisch onderhoud. Complicaties zijn niet uitzonderlijk maar deel van de standaard verloopstabel.
Vaginoplastiek (penisinversie)
De penis wordt grotendeels gedeconstrueerd; huid wordt naar binnen gekeerd om een neovagina te vormen. De testes worden verwijderd (orchiectomie). De urethra wordt verkort en verlegd. Resultaat: een holte die geen natuurlijke zelfreiniging heeft, géén lubricatie, en die levenslang gedilateerd moet worden — dagelijks de eerste maanden, vervolgens wekelijks. Zonder dilatie sluit de neovagina zich. Studie van Buncamper et al. (Plast Reconstr Surg, 2016) rapporteert revisiechirurgie in een aanzienlijk deel van de gevallen.
Phalloplastiek
Bij phalloplastiek wordt een neopenis gemaakt uit een huidlap (radial forearm, anterolaterale dij of buik). Het is een meertraps-procedure: gemiddeld drie tot zes operaties over één tot drie jaar. Complicatiepercentages — urethrale strictuur, fistel, implantaatfalen — liggen in cohortstudies (Morrison et al., J Sex Med 2016; Bordas, Plast Reconstr Surg 2021) tussen 30 en 70 procent. De donorlocatie (vaak de onderarm) blijft levenslang zichtbaar gelittekend en deels gevoelloos. Erectie vereist een mechanisch implantaat.
Metoidioplastiek
Bij metoidioplastiek wordt de door testosteron vergrote clitoris losgemaakt en als neopenis gepresenteerd. Penetratie is anatomisch niet mogelijk. Het is minder invasief dan phalloplastiek maar leidt vaker tot urinaire complicaties.
Wat in NL onderbelicht blijft
Op de Nederlandse academische centra wordt gesproken over "succespercentages" zonder dat helder is wat de noemer is — en zonder dat re-operaties als complicatie worden geteld. Patiënten ondertekenen consentformulieren waarin zinnen als "kans op fistel" niet kwantitatief zijn ingevuld. De Cass Review (2024) bekritiseert dit specifiek: vage statistieken in het pre-operatieve gesprek leiden tot foutieve risicobeleving.
Detransitie
Detransitie na genitale chirurgie is mogelijk in sociale en hormonale zin, maar de anatomie is niet meer herstelbaar. Vroegere oerstructuren — penis, vagina, ovaria, uterus — zijn weg. Levenslange medische follow-up blijft nodig. Zie ook levenslange medische afhankelijkheid. Externe bron: Buncamper et al., 2016.