Tachtigvoudige stijging: testosteronvoorschriften aan jonge vrouwen in Australië buiten elk genderzorg-register om

Tussen 2010 en 2023 is het aantal testosteronvoorschriften aan vrouwen in Australië tachtigvoudig gestegen. Dat blijkt uit een farmaco-epidemiologische studie die deze maand verscheen in European Journal of Endocrinology. De onderzoekers linken het merendeel van die stijging aan jonge vrouwen tussen 18 en 29 jaar die langwerkende testosteroninjecties kregen — een patroon dat volgens henzelf vrijwel zeker samenhangt met masculiniserende hormoontherapie voor transgender en genderdiverse personen. Opvallend: nergens in het Australische vergoedingssysteem staat 'genderaffirmatie' als erkende reden voor dat voorschrift.
Wat de cijfers laten zien
De studie van Gialouris, Hou, Lim en Handelsman (2026) analyseerde alle testosteronvoorschriften die tussen 2010 en 2023 via het Australische Pharmaceutical Benefits Scheme (PBS) zijn vergoed. Bij mannen bleef het volume na een dip in 2016 uiteindelijk stabiel. Bij vrouwen ligt dat volstrekt anders: hun aandeel in nieuwe testosteronvoorschriften steeg van een marginale positie in 2010 naar 30 procent van alle nieuwe starters in 2023. De auteurs noemen dat een structurele verschuiving, geen toevallige piek.
Een diagnose die niet past bij de patiënt
Het probleem zit in de registratie. Het PBS erkent genderaffirmatie niet als indicatie voor testosteron. Om vergoeding te krijgen, moet een voorschrijver een erkende medische grond opgeven — in de praktijk is dat vrijwel altijd 'androgeendeficiëntie door een vastgestelde hypofyse- of testikelstoornis'. Die diagnose is bedoeld voor mannen met een aangetoonde hormonale aandoening. Toegepast op jonge vrouwen zonder zo'n aandoening is het, in de woorden van de onderzoekers zelf, een codering van 'functionele, lage testosteronspiegels die ten onrechte als pathologische hypogonadie worden bestempeld'. Met andere woorden: de diagnosecode wordt gebruikt om vergoedingscriteria te omzeilen, niet omdat de diagnose klopt.
Dat is meer dan een administratief ongemak. Een systeem dat genderzorg via een oneigenlijke diagnose laat lopen, registreert die zorg nergens als wat ze is. Er ontstaat geen officieel dossier van hoeveel jonge vrouwen langdurige, deels onomkeerbare hormoonbehandeling starten, laat staan een systeem dat hun uitkomsten over jaren volgt. Nederland kent een vergelijkbaar euvel: ook hier verdwijnen diagnoses en vervolgtrajecten in cijfers die niet één op één herleidbaar zijn tot genderzorg, zoals eerder bleek uit de manier waarop het diagnosepercentage bij Nederlandse genderklinieken wordt bijgehouden.
Onomkeerbare effecten, geen vervolgonderzoek
Testosteron bij vrouwen veroorzaakt effecten die na stoppen niet allemaal terugkeren: stemverlaging, veranderingen aan de clitoris, mogelijk blijvende invloed op vruchtbaarheid. Zolang die behandelingen boekhoudkundig wegvallen onder 'hypogonadie', is er geen aparte cohort om die fysieke bijwerkingen van hormonale transitie systematisch te volgen. Dat sluit aan bij een breder patroon dat onderzoekers ook bij andere hormoonbehandelingen signaleren: uitkomsten hangen sterk af van leeftijd bij start, zoals ook een Italiaanse studie liet zien over botopbouw bij hormoontherapie — een effect dat juist bij de jongste gebruikers het zwaarst weegt, precies de groep die in de Australische cijfers het hardst groeit.
Onze duiding
De onderzoekers zelf trekken geen beleidsconclusie; zij signaleren een statistisch patroon en een plausibele verklaring ervoor. De duiding dat dit staat voor een structureel registratieprobleem — en dus voor een gat in het toezicht op wie op jonge leeftijd aan hormoontherapie begint — is de onze, niet die van de studie. Wat vaststaat, is dat een systeem dat genderzorg alleen via een oneigenlijke code laat lopen, niet kan aantonen dat het die zorg zorgvuldig bewaakt. Dat is geen verwijt aan individuele vrouwen die deze behandeling zoeken, maar aan een vergoedingssysteem dat een groeiende praktijk onzichtbaar houdt.
Bronnen
Gialouris, J.V., Hou, W., Lim, S. & Handelsman, D.J. (2026). 'Pharmacoepidemiology of testosterone prescribing in Australia, 2010-2023'. European Journal of Endocrinology, 195(3), 488-497. doi.org/10.1093/ejendo/lvag158.

Saskia Weijermars
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat toont de Australische studie precies aan?
Dat het aantal testosteronvoorschriften aan vrouwen in Australië tussen 2010 en 2023 tachtigvoudig steeg, vooral bij vrouwen van 18 tot 29 jaar, en dat vrouwen in 2023 goed waren voor 30 procent van alle nieuwe testosteronvoorschriften.
Waarom staat dit niet geregistreerd als genderzorg?
Het Australische vergoedingssysteem (PBS) erkent genderaffirmatie niet als indicatie voor testosteron. Voorschrijvers gebruiken daarom de diagnose 'androgeendeficiëntie', een code die eigenlijk bedoeld is voor mannen met een aangetoonde hormonale aandoening.
Is dit ook in Nederland een probleem?
Nederland heeft een eigen systeem, maar kampt met een vergelijkbaar euvel: ook hier is niet altijd één op één te herleiden hoeveel diagnoses en vervolgbehandelingen specifiek aan genderzorg toe te schrijven zijn, zoals blijkt uit de registratie bij Nederlandse genderklinieken.
